Volg ons op:
jeugd keepercorner 

September 2011

 

Op deze pagina een kleine opsomming van materiaalgebruik en spelregels voor de keeper.


Keepersmateriaal in de praktijk

Een aantal tips over hoe om te gaan met de keepersmaterialen, hoe ze gedragen en verzorgd moeten worden. Ook zijn er nog wat spelregels beschreven, zodat je kunt nalezen wat je wel en wat je niet mag als hockeykeeper.










De helm: In een jeugdteam wordt er vaak van keeper gewisseld. De helm past de ene keeper wel, de andere niet. Globaal zijn er 2 verschillende typen: de wat rondere traditionele zoals bij het ijshockey (met een flapje aan veters als keelprotectie) en het type zoals op het plaatje (waarbij een losse keelprotectie gedragen moet worden, de zogenaamde throatguard). Geen van beide is beter en het is meer het goede gevoel van de keeper dat bepaald welk type de voorkeur heeft. In tegenstelling tot wat men verwacht kan de helm in grootte aangepast worden. Voor het type zonder throatguard: aan de zij- en bovenkant zitten een 4-tal schroeven waardoor deze verstelling mogelijk is. Meestal is een 5 Eurocent-muntstuk geschikt om als schroevendraaier te gebruiken. Zorg ervoor dat de schroeven regelmatig aangedraaid worden, zodat men niet tijdens een wedstrijd merkt dat er een schroef mist. Dit komt altijd ongelegen. Een methode om de schroeven te fixeren (als ze niet regelmatig los hoeven) is er een druppeltje Velpon (of een andere zwakke lijm) tussen laten lopen (geen 3-secondenlijm gebruiken svp!). Voor het andere type is de verstelling mogelijk door het symetrisch aantrekken van enkele aan de buitenzijde geplaatste banden.

Blijkt de helm in de kleinste stand nog te groot te zijn, dan kan er dmv een bandana, of een zakdoek op de kruin van het hoofd, de helm passend gemaakt worden. De helm past als hij niet voor de ogen kan zakken. De helm klemt dan op de kruin en de kin.

Maak de helm regelmatig schoon door met een in een handwarm sopje gedrenkte doek het oude zweet weg te wassen anders treden er schimmelplekken op in het foam, het zogenaamde "weer zit er in".

Laat de helm ALTIJD even controleren door de materiaalcommissarissen als er een bal loeihard direct op het vizier is geslagen.



Bodyprotector of bodyarmour: De protector is soms van stof en soms van foam en heeft géén schouderstukken, de armour is van stof en heeft die schouderstukken wel. Is simpel instelbaar dmv de banden op de rug. Mocht de bodyprotector dan nog niet passen mag er tijdelijk een knoop in de band gelegd worden, maar haal deze na de wedstrijd er gelijk weer uit om de levensduur van deze banden te verlengen. Zorg ervoor dat de bodyprotector tegen de hals aansluit, zoals een t-shirt normaal gesproken ook sluit.

De bodyprotector moet rechtop staand tegen de rand van de broek komen.

Ook hier weer enkele typen: geheel van foam (gebruik hetzelfde sopje als voor de helm) of van stof met inwendig weggewerkte beschermstukken (mag in de wasmachine, lage temperatuur). Beide niet in de droogmachine!!








Handschoenen:
Deze lijken voor zich te spreken, de linkerhandschoen (de linker op de foto) is de stophandschoen ook wel de pannenkoek genaamd, de rechterhandschoen is de stickhandschoen. Zeker bij de kleinsten worden de handschoenen nogal eens terzijde gelegd, omdat je met de linkerhandschoen de stick niet kan vasthouden. Dat klopt! De stick wordt alleen in de rechterhand vastgehouden! Doe de linker handschoen zó aan dat met de binnenkant van de hand de ballen weggeslagen kunnen worden en de rechterhandschoen zó dat als je als keeper in de aanvalshouding staat (als een judo-er die zijn tegenstander wil vastpakken) de kop van de stick omhoog wijst en de hele stick een beetje van je af wijkt).

De linkerhandschoen is een heel vrije hand, vaak gebruikt om de ballen die als je staat of ligt over of langs je heen dreigen te gaan te stoppen. Je mag de bal alleen tegenhouden en zijdelings laag wegslaan, nooit hoger dan de hoogte waarbij je 'm raakte! Dit wordt gezien als een overtreding.






Legguards: Het bevestigen van de legguards mag voor zich spreken, ze worden door middel van riempjes achter op de kuit vastgemaakt. Zorg er wel voor dat ze niet te strak zitten, maar wel dusdanig vast dat de legguards niet gaan draaien. Er is hier ook sprake van een rechter- en linkeruitvoering, de rechterlegguard is de legguard waarbij het uitstekende beschermdeel rechts zit als de legguard op de klomp wordt geplaatst. Om te voorkomen dat de ballen tegen de binnenkant van het been geslagen worden zit daar aan de binnenkant een bescherm-flap naar binnen gebogen bij sommige types. Zorg ervoor dat de tong van de klomp onder de legguard komt (dus tussen het been en de legguard) bij plaatsing van de legguard, hij is dan "verborgen". Controleer regelmatig de banden en check de binnenzijde van het foam op scheuren (er komen grote krachten op het uitstekende deel van de legguard bij onder andere het vallen en de "blocksliding"). Bij twijfel altijd even langskomen.























Kickers (klompen):
Een van de meest aan slijtage onderhevigekeepspullen zijn de klompen. Zijn het niet de riempjes die snel slijten, dan wel de onderzijde van de klomp of het gebied rond de tong. Bij het eerste keer aantrekken van de klomp dienen de riempjes onderop even slippend los te zitten. Nadat de voet erin zit en de achterste hielriem goed aangetrokken wordt kunnen de onderste riempjes deze weer aangetrokken en vastgezet worden. Wel zo dat als de klomp dan uit- en weer aangetrokken wordt de schoen weer helemaal "voorin" zit en de achterzijde van de klomp bijna dicht zit, dus de schoen is nagenoeg onzichtbaar. Let op dat de klomp niet te hoog boven de grond komt, zodat de bal eronder kan schieten en de voet alsnog geblesseerd raakt. Ook hier dienen de riempjes dusdanig aangetrokken te worden, dat de klomp niet van de voet afschiet, maar ook de voet niet afklemt of in het foam snijdt.

Indien de riempjes door slijtage hun einde naderen, laat dit ons weten, zodat wij voor een nieuw setje riempjes kunnen zorgen. Bewaar de klomp in gesloten toestand (riempjes aangetrokken) in de tas, om te voorkomen dat de riempjes kwijtraken en te zorgen dat de klomp in vorm blijft. Let op dat het riempje niet gedraaid onder de zool zit, dan slijt het nog sneller. Zorg er ook voor dat de sluitingen nooit onder de klomp komen, je hebt minder grip op de grond en de sluitingen beschadigen zo dat ze niet meer te openen zijn. Aan de onderzijde zit bij veel typen een zogenaamde zoollus, een "plaatje" dat beide riempjes bijeen houdt. Controleer deze tegelijk met de riempjes.







De broek: Alleen bij de jongsten kan het zijn dat er geen broek in de tas zit, omdat deze keepertjes nog niet veel over de grond keepen en de bal nog niet hoog komt.
Tav het gebruik in het veld, check regelmatig of de beschermende "platen" op hun plaats zitten. Met een ceintuur en de vetersluiting dient de broek op zijn plaats te blijven zitten.

De broek is vaak de grootste oorzaak van die beruchte keeperslucht. In de broek blijft door het aanwezige, dempende schuimrubber een groot gedeelte van het zweet hangen. Door de broek af en toe in de wasmachine mee te wassen (wolwasprogramma, 30 graden zonder centrifugegang) kan dit beperkt worden. Daarna te drogen hangen in een droge, warme ruimte, géén wasdroger gebruiken. Gebruik van liters Febreze of deodorant helpt slechts tijdelijk, ca. 1/4 wedstrijd. Dit is dus niet de manier om de broek te wassen!!
















De tok, tock of toque:
oftewel de bescherming van de schaamstreek bij zowel de jongens én de meiden. Zeer oncharmant, levert menig lachje op bij de omstanders en diepe zuchten of zelfs het niet willen aandoen door de keeper. Maar geloof ons, het is je grootste bescherming als de bal in je kruis geslagen wordt en levert meer op dan slechts een blauwe plek (véél genanter dan het aantrekken is het als blijkt dat je van het veld moet omdat je je schaamde voor je tock). Deze moet gedragen worden vanaf de D-jeugd. Wassen: wolwasprogramma, 30 graden zonder centrifugegang.







De elleboogbeschermers:
soms wit, soms grijs en soms zwart, maar altijd te bevestigen met wat klittenband. Sommige keepers gebruiken deze niet, maar zeker als je maar af en toe keept: doe ze aan. Ze heten niet voor niets beschermers, schaafwonden maar ook liggend een bal tegen je elleboog…niet fijn. Berg de beschermers altijd met gesloten klittenbanden op in de tas. Was ze af en toe (wolwasprogramma, 30 graden zonder centrifugegang), maak de klittenbanden vast vóór ze in de wasmachine te gooien. Ook hier weer: géén droger.




 

 






De trui:

De trui is geleverd door een sponsor, is daarmee een onderdeel van het HCA-tenue en moet verplicht gedragen worden. De keeper is verplicht een shirt over de bodyprotector te dragen qua kleur duidelijk afwijkend van de spelers van het team. Dat betekent dat je niet zonder mag spelen! Was de trui mee met de gekleurde was en ook hier weer: géén wasdroger.

 












Het onderhoud algemeen:
de tas met spullen mag je nergens onbeheerd achterlaten. Dit om te voorkomen dat keepers in eigen beheer spullen gaan ruilen, er uit gepikt kan worden zonder dat je zelf hiervan af weet!
Check de spullen regelmatig op slijtage! Laat spullen niet nat in een tas liggen tot de volgende wedstrijd. Daar gaat de kwaliteit heel snel mee achteruit en de geur wordt er ook niet beter van! Af en toe de legguards, klompen en handschoenen (al het foam) met water en een lekker geurende zeep (shampoo) afnemen en dan afspoelen voorkomt ook stank. Controleer je helmschroefjes (als die er zijn) en draai ze aan. Leg je spullen niet op een warme kachel om ze droog te "koken".

Je hebt de spullen in bruikleen, ze zijn en blijven eigendom van de club. Je hebt getekend voor ontvangst en hebt daarmee beloofd er goed voor te zorgen. Verzorg de spullen alsof ze van je zelf zijn. In een tas zit al snel voor 900 euro (tot aan 1500 voor de selectieteams) aan materialen ! Mochten er ondanks bovenstaande uitleg toch nog vragen overblijven dan kunnen jullie te allen tijde deze kwijt bij een van de materiaalcommissarissen. Wij proberen dan een antwoord te geven. Het mail-adres: [email protected]


Wat mag een hockeykeeper nu wel en wat niet?

Geregeld zien we bij jeugdteams, waar men niet over een vaste keeper beschikt, dat de speler/speelster die aan de beurt is om het doel te verdedigen niet precies weet welke rechten de keeper heeft binnen en buiten de cirkel. Daarom onderstaand een aantal regeltjes en wat uitleg over de keeper en zijn privileges.






























Binnen de cirkel:

· Het is doelverdedigers die beschermende uitrusting dragen toegestaan de bal met hun stick, beschermende uitrusting of enig deel (dus elk deel) van hun lichaam weg te spelen, van richting te veranderen (in elke richting, ook over de achterlijn) of te stoppen. Ook boven schouderhoogte! (een gewone speler zou sticks maken). Wegtrappen heeft meestal de voorkeur!

· Het is doelverdedigers niet toegestaan zich te gedragen op een manier die gevaarlijk is voor andere spelers door voordeel te halen uit de beschermende uitrusting die ze dragen.

· Het is veldspelers met de rechten van een doelverdediger toegestaan hun stick, voeten of benen te gebruiken om de bal te spelen en om hun stick, voeten, benen of enig ander deel van hun lichaam te gebruiken om de bal van richting te veranderen (in elke richting, ook over de achterlijn) of te stoppen.

· Het is doelverdedigers die beschermende uitrusting dragen en veldspelers met de rechten van een doelverdediger toegestaan hun armen, handen of enig ander deel van het lichaam te gebruiken om de bal weg te duwen. Dit is alleen toegestaan om een doelpoging of mogelijke doelpoging te verdedigen. De doelverdediger (of veldspeler met de rechten van een doelverdediger) mag zijn armen, handen of lichaam niet gebruiken om daarmee een pass over lange afstand te geven.

· De doelverdediger mag niet op de bal gaan liggen.

Komt de bal vanaf de keeper hoog terug de cirkel in en levert dit gevaar op voor andere spelers, dan kan men een strafcorner tegen krijgen. Of het gevaarlijk is interpreteert enkel en alleen de scheidsrechter.

Buiten de cirkel:

· De keeper mag de bal alleen met de stick spelen; liggend, rechtopstaand of knielend, maakt geen verschil.

· Raakt de keeper de bal buiten cirkel met voet, hand of lichaam dan krijgt men een strafcorner tegen.

· Speelt de tegenstander de bal hoog op de keeper terwijl deze buiten de cirkel staat, krijgt men een vrije slag mee. De tegenstander heeft de bal dan gevaarlijk hoog gespeeld.

We zien maar al te vaak dat de keeper de stick in 2 handen probeert te houden en gaat hockeyen met de bal in plaats van deze weg te schoppen. Om dit te voorkomen houdt de keeper de stick slechts in 1 hand vast, de rechter, zodat de andere hand beschikbaar is om eventuele hoge ballen te stoppen of te keren.

Ander voordeel is dat de keeper daardoor de bal wel moet wegtrappen en tevens sta je daardoor sneller op de voorvoet (de bal van de ondervoet) waardoor je niet pardoes achterover in het doel omvalt. Op je rug keepen is niet makkelijk!

Om te voorkomen dat de bal in de bodyprotector raakt (ook zo'n overtreding waar je een strafcorner tegen krijgt), dient de protector onder het shirt of jack gedragen te worden. Tevens kan de keeper dan niet ergens achter blijven haken met de protector.

De keeper dient te allen tijde de helm op te houden! Dit is door de KNHB verplicht.

Succes en veel keepplezier!

Materiaalcommissie Hockey Club Alphen

 
Contact
Bezoekadres :
Sportpark Zegersloot
Olympiaweg 3
2406 LG Alphen a/d Rijn
Postadres:
Postbus 8
2400 AA Alphen a/d Rijn

Clubhuis
Tel. (0172) 475903
[email protected]
Ma-vrij
 : 16.00-23.00
Za-zo 
 : 08.30-19.30
Betalen
 : pinnen en 

   contactloos

Tenue
Rok/broek : zwart
Shirt : groen/wit
Kousen : groen
Handige links



iOS app
Android app